|
Smaakstoornissen |
Er is sprake van een smaakstoornis als iemand niet of niet goed meer proeft: niets heeft meer smaak, alles proeft hetzelfde, of: alles heeft een vieze, onaangename smaak. Ook wanneer iemand niet of niet goed meer kan ruiken, verandert de smaakervaring. Er is dan echter niet zozeer sprake van een smaakstoornis, maar van een reukstoornis. Smaak- en reukstoornissen komen - volgens Amerikaanse publicaties - voor bij ongeveer 7 % van de bevolking. Reukstoornissen komen vaker voor dan smaakstoornissen; door sommige onderzoekers wordt een verhouding van 3:1 genoemd.
Meestal staan we er niet bij stil hoe belangrijk smaak is. Maar als je erop gaat letten, zul je merken dat smaak een onmisbaar onderdeel uitmaakt van ons leven - en heel nauw verweven is met het gevoelsleven. Langdurig smaakverlies kan daardoor niet alleen leiden tot (ernstig) gewichtsverlies en zelfs ondervoeding - omdat het eten niet meer smaakt - maar ook tot depressiviteit.
Er is verrassend - of eigenlijk: teleurstellend - weinig bekend over
smaakstoornissen. Tijdelijke smaakstoornissen kunnen optreden bij verkoudheid, na het
gebruik van bepaalde medicijnen (zie een overzicht in het
geneesmiddelenbulletin, 2001), als gevolg van kankertherapie (bestraling,
chemotherapie) maar ook door beschadiging van de tong, bv. wanneer je iets
gegeten of gedronken hebt dat te heet was. Blijvende smaakstoornissen kunnen optreden bij
bepaalde ziektes en/of als gevolg van bepaalde medicijnen, maar heel vaak is niet bekend
wat de oorzaak is.
Oorzaken die genoemd worden:
Beschadiging van de smaakpapillen op de tong - meestal gaat het dan om een tijdelijke stoornis, omdat smaakpapillen iedere 7-10 dagen vervangen worden.
Vergiftiging van de smaakpapillen in de mond. Dan is een bekend neveneffect van bepaalde antibiotica en van geneesmiddelen bij kanker, hartklachten, reuma. Wanneer gestopt wordt met de medicijnen, komt de smaak meestal onmiddellijk of binnen enkele dagen terug. Ook amalgaam vergiftiging wordt genoemd als mogelijke oorzaak van smaakverlies - en van zeer veel andere stoornissen. Amalgaam wordt gebruikt voor 'zilveren' vullingen door de tandarts en bevat kwik. Het kwik in de vullingen zou langzaam vrij komen, en kunnen leiden tot allerlei gezondheidsklachten. Medisch en tandheelkundig onderzoek heeft (nog) geen bewijzen kunnen vinden voor deze veronderstelling, maar dat is natuurlijk geen 100% sluitend bewijs dat amalgaam vergiftiging níet kan voorkomen. Meer info. over de (vermeende) giftigheid van amalgaam o.a. op het volgende adres (Engelstalig): "Dental Amalgam Mercury Poisoning".
Een ontsteking van het mondslijmvlies (stomatitis) bv. door een Candida-infectie. De infectie kan behandeld worden met medicijnen, waarna de smaak zich in de meeste gevallen zal herstellen.
Een tekort aan speeksel. Het speeksel maakt smaakstoffen in voedingswaren vrij, en brengt het naar de smaakpapillen. Bovendien speelt speeksel een belangrijke rol bij de ontwikkeling van nieuwe smaakpapillen. Een gezonde volwassene produceert tot 1,5 liter speeksel per dag. Een tekort aan speeksel komt voor bij bepaalde ziektes - o.m. bij het Syndroom van Sjögren (pijn in de gewrichten, weinig of geen speekselproduktie, geen traanvocht), maar is ook een algemene klacht van veel ouderen. In de Engelstalige literatuur staat dit probleem bekend als 'Dry Mouth' of Xerostomia. Er zijn verschillende 'speeksel-vervangers' in de handel voor dit probleem.
Een beschadiging van één van de zenuwen die smaakinformatie van de mond doorgeven naar de hersenen, iets dat volgens dit artikel o.m. kan gebeuren bij het trekken van kiezen - of doordat de zenuw direct beschadigd wordt door de injectienaald van de verdoving, en/of door de stoffen die gebruikt worden voor de verdoving. Ook een virusinfectie zou één van de drie zenuwen die de informatie van de mond naar de hersenen doorgeven kunnen beschadigingen. Bij sommige mensen die voorheen zeer smaakgevoelig waren (zogenaamde 'supertasters') zou een beschadiging van één van deze zenuwen kunnen leiden tot een soort van 'fantoom-smaak' - te vergelijken met de fantoompijn die iemand kan voelen in een geamputeerde voet of arm. De 'fantoom-smaak' zou eerst metaalachtig zijn, later pijnlijk brandend. Het is één van de verklaringen voor het 'burning mouth' of 'burning tongue' syndroom. Het medicijn Clonazepam zou volgens dit artikel bij ongeveer 70% van deze patiënten een oplossing zijn.
Een beschadiging van het 'smaakcentrum' in de hersenen,
als gevolg van een tumor of een herseninfarct. Dit komt slechts (heel) zelden voor. Bij
slechts 1/2 % van de patiënten met een hersenbeschadiging zou er sprake zijn van een
smaakstoornis - die bovendien vaak tijdelijk is. Daarnaast kan de smaak na een
hersenbeschadiging tijdelijk verstoord zijn door gebruik van bepaalde medicijnen die
voorgeschreven worden.
Smaakstoornissen zullen in de meeste gevallen onderzocht worden door een KNO-arts, soms in samenspraak met andere specialisten. Bij het onderzoek zullen de ernst en de aard van de smaakstoornis onderzocht worden, en zal nagegaan worden of er sprake is van andere ziekte- of uitvalsverschijnselen. Vragen waarop de arts antwoord zal proberen te vinden zijn:
Proeft de patiënt niets meer, of is er alleen een verminderde waarneming voor zoet, zuur, bitter en/of zout? Zijn bepaalde delen van de tong ongevoelig of minder gevoelig voor smaak, of het hele tongoppervlak? Dit kan onder meer getest worden door kleine hoeveelheden (reukloze!) smaakstof direct op bepaalde plaatsen op de tong aan te brengen en de patiënt te vragen wat z/hij proeft.
Is de tong minder gevoelig voor aanraking, is er sprake van verlammingsverschijnselen? Zo ja, is er in de ziektegeschiedenis van de patiënt sprake van een herseninfarct of een andere beschadiging van de hersenen?
Is er sprake van een ontsteking van het mondslijmvlies?
Is de reuk gestoord of minder gevoelig? Zo ja, is de patiënt erg verkouden (geweest) ?
Is er sprake van verminderde speekselproduktie? Zo ja, zijn er aanwijzingen dat de patiënt het Syndroom van Sjögren heeft (pijn in de gewrichten, geen traanvocht).
Gebruikt de patiënt bepaalde medicijnen waarvan bekend is dat ze de smaak en/of de reuk kunnen beïnvloeden?
Afhankelijk van de antwoorden op bovenstaande vragen, zullen meer tests en onderzoeken gedaan worden. In het artikel "The Taste Test" wordt het onderzoeksprotocol van enkele gespecialiseerde 'taste clinics' in de VS beschreven. Op de websites van deze klinieken meer informatie over de onderzoeken die daar gedaan (kunnen) worden.
De behandeling zal afhangen van de aard van de stoornis (tijdelijk, blijvend) en of de stoornis op zich zelf staat of deel uitmaakt van een syndroom. In Nederland lijkt de KNO-arts echter weinig of niets te (kunnen) doen aan de smaakstoornis zelf - zeker wanneer niet duidelijk is wat de oorzaak van de stoornis is. De patiënt wordt naar huis gestuurd met de mededeling dat het misschien wel weer overgaat, en dat men er anders mee zal moeten leren leven. Als de smaakstoornis niet overgaat, dan kan dat het begin zijn van een lange zoektocht langs al dan niet alternatieve genezers. Dat kan een tandarts zijn, een accupuncturist, een iriscopist, een pendelaar, enz. enz. Met iedere keer nieuwe hoop, gevolg door teleurstelling als ook de volgende (letterlijk!) veelbelovende behandelaar de smaakstoornis niet blijkt te kunnen herstellen.
De allerbelangrijkste vraag is natuurlijk:
Andere vragen zijn:
Als u wilt reageren op één van deze vragen of zelf vragen heeft: stuur uw bijdrage dan alstublieft aan het discussieforum op deze website. Uw inzending wordt automatisch opgenomen op de website die op die manier misschien een bron van informatie kan worden voor mensen met een smaakstoornis, en/of een bron van inspiratie voor artsen en onderzoekers....