|
Smaak - algemeen |
Smaak is één van de zintuigen van de mens en nauw verwant met reuk. Smaak en reuk maken dat we proeven wat we eten, en dat we kunnen genieten van lekker eten, lekker drinken. Behalve smaak en geur, zijn temperatuur en textuur (hoe het voelt: slijmerig of bot, klontjes of draadjes, enz.) belangrijke factoren bij de ervaring van wat we eten. Maar ook kleur en geluid spelen mee: een tomaat moet rood zijn, chips moeten kraken.
Hoe iets proeft, hangt dus af van smaak, geur, textuur, kleur, en geluid. Onder smaak wordt (meestal) alleen bedoeld: de waarneming van de smaakpapillen , die chemische informatie -smaakstoffen - omzetten in zenuwimpulsen. (Maar lees ook wat Bob Cramwinckel van het Centrum voor Smaakonderzoek over smaak schrijft).
Hoewel de mens heel veel verschillende smaken kan onderscheiden, zijn er waarschijnlijk maar 4 verschillende soorten smaakpapillen, die ieder gespecialiseerd zijn in een bepaalde smaak: zoet, zout, zuur, en bitter. Alle smaken die we kunnen onderscheiden, zijn combinaties van deze 4 basis-smaken.
De verschillende soorten smaakpapillen zijn niet gelijkmatig over de tong verspreid: de smaakpapillen voor bitter bevinden zich achterop de tong, zuur vooral links en rechts aan de zijkant van de tong, en zout en zoet vooral op de punt van de tong.
Hoe een bepaalde smaak ervaren wordt ('proeft') blijkt deels genetisch bepaald, deels aangeleerd. Er zijn mensen met opvallend veel smaakpapillen op de tong - in de Engelse literatuur worden dat wel 'super tasters' genoemd. Verder vinden jonge kinderen andere dingen lekker dan hun ouders, zijn veel smaken cultureel bepaald, maar zijn er ook smaken die je als volwassene nog kunt leren waarderen.
De smaakpapillen op de tong worden iedere 7-10 dagen vernieuwd. Als je je tong beschadigt, bv. verbrandt door te heet eten of drinken, dan duurt de smaakstoornis meestal niet langer dan 10 dagen - de tijd die nodig is voor vervanging van de beschadigde papillen door een nieuwe generatie smaakpapillen.
Speeksel speelt een ondersteunende rol bij het proeven: het speeksel zorgt ervoor dat de smaakstoffen vrij kunnen komen en de smaakpapillen kunnen bereiken. Bovendien is speeksel nodig voor de reproductie en het goed functioneren van de smaakpapillen.
De informatie van de papillen op de tong worden doorgegeven aan de hersenen via 3
zenuwbundels - die ook andere informatie van tong en mond doorgeven aan de hersenen. Deze
3 zenuwbundels komen samen in de thalamus, en gaan vandaar door naar de prefrontale
hersenschors - naar een gebied dat vermoedelijk verantwoordelijk is voor de smaakervaring:
het 'smaakcentrum' in de hersenen.